LONG EXPOSURE

‘Long Exposure’ ofwel ‘lange sluitertijd’ is het lang open houden van de sluiter om zo meer beweging vast te leggen op een foto. Dit is afhankelijk van hoeveel licht er op de sensor valt en dit is weer afhankelijk van je diafragma. Hoe kleiner je diafragma, hoe minder licht er op de sensor valt, hoe langer de sluiter open moet staan om een goed belichte foto te maken. Bij een lange sluitertijd staat de sluiter dus (vrij) lang open om zo meer beweging vast te leggen.

Hoe lang is lang? Dat is bij elke foto verschillend. Om een bewegende wolkenmassa vast te leggen heb je vaak 30 seconden of (veel) meer nodig, maar om een langsrijdende auto vast te leggen in een vloeiend lichtspoor is een paar seconden al genoeg!  Lichtsporen geven vaak een creatief gevoel van beweging aan een foto en komen ’s avonds mooi tot hun recht.

Een langere sluitertijd kan ook gebruikt worden om juist rust te creëren. Door een extreem lange sluitertijd te gebruiken wordt bijvoorbeeld water helemaal glad. Ook de wolken in de lucht worden “uitgesmeerd”.

In het donker zorgen lange sluitertijden ervoor dat je op een foto meer kan zien dan met het menselijk oog. Een goed voorbeeld hier van is de sterrenhemel. Door langere sluitertijden te gebruiken kan een camera meer van een omgeving en sterrenhemel vast leggen dan je op dat moment kan zien.  Bij een sterrenhemel kan je met een flinke groothoeklens vaak niet langer gaan dan 30 seconden sluitertijd. Dit is om te voorkomen dat je sterren lichtsporen gaan geven. De aarde draait immers rond!